<$BlogRSDUrl$>

donderdag 7 mei 2009

De geschiedenis van het kunstgras 

Het is alweer een tijdje geleden, maar voor het onvolprezen clubblad van Alkemade, de Pusher, heb ik een verhaaltje geschreven voor een speciale editie. Deze editie is voor de feestelijke Super Sunday, waar geld opgehaald gaat worden voor de verbouwing van het clubhuis en de nieuwe kunstgrasvelden. Dus een kleine geschiedenisles.

De geschiedenis van het kunstgras

Het lijkt nu al zo gewoon, veel mensen kunnen het zich niet meer anders voorstellen, maar het hockeyen op kunstgras gebeurd eigenlijk “slechts” dertig jaar. Daarvoor en ook nu nog een beetje was het gras. Net zoals voetbal, rugby, cricket en talloze andere buitensporten.

Toch, in die dertig jaar heeft een grote ontwikkeling plaatsgevonden. Die ontwikkeling is terug te vinden in de velden die nu bij Alkemade gaan worden aangelegd.

Het kunstgras is “uitgevonden” in de Verenigde Staten in de jaren zestig. Het stadion van de Houston Astros, met de toepasselijke naam, de Astrodome, was het eerste volledig overdekte stadion ter wereld. Dit was bedacht omdat het weer in Houston zo grillig is en zo snel kan omslaan, dat een open stadion teveel last van die snel veranderde omstandigheden zou hebben. Daarom kwam er een dak op. Ruim 62.000 toeschouwers (twee-en-een-half keer zoveel als er inwoners zijn in de gemeente Kaag & Braassem) zitten binnen, evenals de teams en atleten, die overdekt sporten.

Het gras wilde echter niet groeien in de Astrodome (klinkt bekend). Eerst werd gekozen om het dode en gele gras dan maar voor de wedstrijden groen te verven, maar in 1966 werd de gehele grasmat definitief vervangen door kunstgras. Dit kreeg al snel de naam Astroturf, en deze naam wordt nog steeds veel gebruikt. (Bij hockeyclub Forescate, één van de allereerste verenigingen in de regio met kunstgras, heeft heel lang op het mededelingenbord gestaan: Veld 1 Astroturf).

(Astrodome, Houston, Texas)

Dit Astroturf wordt in die tijd veel gebruikt in stadions in Noord-Amerika. De hockeywereld is al snel geïnteresseerd in dit wondergras en in 1975 is Kampong de eerste vereniging die een kunstgrasveld laat aanleggen. Tijdens de Olympische Spelen van 1976 in Montreal wordt het hockeytoernooi op kunstgras afgewerkt. En dat smaakte naar meer!!!

In die tijd is het nog erg duur om een kunstgrasveld aan te leggen. De velden moeten gesproeid worden en zijn duur in onderhoud. Slechts enkele verenigingen kunnen het zich veroorloven en voor elke hockeyer is het weer spannend om te zien of je misschien op die heerlijke velden mag spelen.

Daar komt verandering als er een nieuw soort kunstgrasveld wordt ontwikkeld. Het zandingestrooide veld. Daar is geen besproeiing meer voor nodig en ook goedkoper in onderhoud. Het eerste veld van dit type wordt aangelegd in Hattem in 1983. Zoals Wim van Heumen schrijft in zijn standaardwerk, Handboek voor de complete hockeyer uit 1982: Kunstgras, er is geen weg terug.

Een kunstgrasveld wordt voor veel verenigingen een haalbare kaart en overal worden velden aangelegd. Rond 1990 wordt er overwegend op kunstgras gespeeld en wedstrijden op gewoon gras worden steeds meer een uitzondering, tenzij je naar Groen Geel moet natuurlijk.

Door het kunstgras heeft ook de sport zich ontwikkeld. Het spel is sneller geworden, tactiek en techniek zijn veranderd, de hockeystick van nu ziet er heel anders uit, denk alleen maar aan de haak van de Karachi King uit de jaren zeventig en die van de Princess T-14 van nu. Bovendien zijn de spelregels ook mee gegaan met die ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan het afschaffen van buitenspel en het alle veranderingen bij de strafcorner.

De ontwikkeling van het spel zorgt ook weer voor de verdere ontwikkeling van het kunstgras zelf. Op de zandingestrooide velden zijn slidings en valpartijen nogal pijnlijk en zorgen voor veel schaafwonden op knieën, ellebogen etc. De volgende stap in de ontwikkeling van het kunstgras is dan ook het semi-sanded veld.

Dit veld heeft de kenmerken van een waterveld, maar is in prijs meer te vergelijken met een zandingestrooid veld. Deze velden zijn bijna net zo snel als een waterveld, maar hoeft slechts gesproeid te worden bij warme temperaturen. Ervaring leert dat een regenbui voor de wedstrijd een zeer prettig effect heeft op de kwaliteit van het veld.

Het waterveld is door velen beschreven als het ultieme hockeyveld. Alle internationale wedstrijden worden op een dergelijk veld gespeeld. Op deze velden kunnen naar hartenlust slidings gemaakt worden, gedoken worden voor een tip-in en gaat het spel heel snel. Vooral de top- en semitopclubs leggen zich de laatste jaren toe op het aanleggen van watervelden.

In Nederland liggen nu ongeveer 700 kunstgrasvelden voor het hockey. Dat zijn er meer (ongeveer 100 keer zoveel) als er in heel Azië liggen. En ter vergelijking, in heel België liggen 65 kunstgrasvelden. En volgens de KNHB moeten er in 2010 nog 240 velden bij komen. Herstel, nog 239, want als op 25 mei de eerste schop de grond in gaat, en de twee nieuwe velden dan in september opgeleverd worden kan er van het lijstje van 240 weer eentje worden weggestreept.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?